Navigatie overslaan

Leven op de rand van land en zee

TKI Waterveiligheidslandschappen ‘Kop van Noord-Holland’

2020-2025

De kop van Noord-Holland staat voor grote ruimtelijke opgaven. Transities zoals aanpassing aan de klimaatverandering, verduurzaming van de landbouw en de energiesector, en het herstel van de biodiversiteit staan voor de deur. De woningbouwopgave is groot. Er dreigt een tekort aan voldoende en schoon (drink)water. Binnen het consortium ‘Waterveiligheidslandschappen’ onderzocht LAOS samen met vele partners nieuwe methoden en technieken om tot gezamenlijke ontwerpen voor een veilige en leefbare Nederlandse delta te komen.

Typologie
  • Beleidsplannen
  • Ontwerpend onderzoek
  • Ontwikkelstrategieën
Thema
  • Biodiversiteit
  • Gezondheid
  • Klimaat
  • Energie
Service
  • Ontwerpend onderzoek

Waterveiligheidslandschappen: waarom?

We hebben geen tijd te verliezen en moeten nú werken aan een veilige en leefbare Nederlandse delta. Een breed consortium van onderzoeksinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties werkte aan het project ‘Waterveiligheidslandschappen’. Zij verkenden samen in drie praktijkgebieden methoden en technieken om tot een gezamenlijk ontwerp voor waterveiligheidslandschappen voor de komende 100 jaar te komen; hoe ziet een veilige en leefbare delta eruit? Het doel van het project was het ontwikkelen van een methode en instrumenten voor het maken van zulke vergezichten. LAOS nam het praktijkgebied ‘Kop van Noord-Holland’ voor haar rekening. De andere praktijkgebieden waren ‘Rivierensplitsingspunt’ (splitsingspunten van Waal, Nederrijn en IJssel tussen Arnhem en Nijmegen) en ‘Waddenkust Fryslân’ (Brede kust, Friese Waddenkust). 
 


 

De methode

Bij een waterveilig landschap gaat het over veiligheid tegen overstromingen, maar ook over voorkomen van wateroverlast, bestand zijn tegen droogte, en het integreren van andere functies zoals landbouw, wonen, natuur en recreatie. We analyseerden praktijkcases en werkten via ontwerpend onderzoek mogelijke perspectieven uit. Gebiedsgericht en integraal verkenden we welke ingrepen en keuzes je daar nu al voor moet maken, politiek, technisch en maatschappelijk. In zes ateliers testten we samen met de deelnemers verschillende instrumenten. Inventariseren, verbinden en overdragen van bestaande kennis over ruimtelijke ontwikkeling en water stonden daarbij centraal. 
 


 

Noord-Holland als ontwerpcasus

In de ‘Kop van Noord-Holland’ komen land en zee samen in een uniek gebied met uitgestrekte polders, een belangrijk havengebied en indrukwekkende duinen aan de Noordzeekust. Het gebied heeft te kampen met een toenemende druk op de zoetwaterbeschikbaarheid. Daarnaast vormen waterveiligheid, recreatieve druk, en de noodzaak voor natuurbehoud en herstel van de biodiversiteit belangrijke uitdagingen. Tegelijkertijd bieden deze uitdagingen mogelijkheden voor nieuwe oplossingen en daarmee voor duurzame ontwikkeling, innovatie en toerisme.


 

De analyse

Onderdeel van het proces was een landschapsinventarisatie uitgevoerd vanuit een lagenbenadering. De lagen zijn de ondergrond van het gebied, occupatie, netwerken, en kernkwaliteiten. De resultaten hebben we verwerkt in kaarten. Ze geven inzicht in de regio en in de ruimtelijke ordening van het gebied. De verschillende landschapstypen zijn goed zichtbaar; de oude strandwal langs de Noordzee, Wieringen, de droogmakerijen aan de IJsselmeerkant en het oude zeekleilandschap aan de zuidkant. De oorspronkelijke grootschalige openheid en karakteristieke bouwcultuur verdwijnt langzaam. De linten groeien dicht door de schaalvergroting in de bollenteelt en/of gaan verscholen achter de oprukkende ‘verdozing’ van het landschap. Naast de landschapsinventarisatie bestudeerden we beleidskaders, visies en lopende projecten op de schaalniveaus van Rijk, provincie, gemeente en waterschap.
 


 

Werken met narratieven

ontwikkelden we acht narratieven die elk een mogelijk toekomstperspectief op waterveiligheid schetsen. Deze narratieven legden we langs drie assen met verschillende maatschappelijke voorkeuren: 
— Mindscape: kijken we naar het verleden of naar de toekomst?
— Powerscape: gaan we uit van een horizontale macht (bottom up/collectief bestuur) of van een verticale macht (top down/centraal bestuur)? 
— Matterscape: willen we het water beheersen of geven we mee met de natuur?

Vervolgens bogen de atelierdeelnemers zich over de volgende vragen. Welke mogelijke ontwikkelingen zijn relevant voor het gebied? Hoe zou het gebied zich in de toekomst kunnen ontwikkelen? Welke narratieven kunnen we gebruiken als startpunt voor toekomstperspectieven voor het gebied? Ze maakten kennis met de acht narratieven en kozen er vervolgens drie uit. Reframing Studio en LAOS werkten deze drie narratieven uit in aantrekkelijke verhalen, omgezet in toekomstperspectieven op een kaart. De kaarten zijn geen eindplaatjes van ‘hoe het gaat worden’ maar gedachten-experimenten ‘wat zou kunnen’.
 

Welke kant gaan we op?

De deelnemers kozen voor het protectionistische narratief, het ecomodernistische narratief en het ecocentrische narratief. In het protectionistische narratief ‘Poldertrots’ zetten we de strijd tegen het water voort en zijn we in veranderlijke omstandigheden in staat waterstanden te beheersen. In het ecomodernistische narratief ‘Groot Den Helder’ geloven we sterk in de inventiviteit van de mens, eco-engineering en ontkoppeling van mens en natuur. Het ecocentrische narratief ‘Waddenland’, is gecombineerd met een amfibisch narratief. Hierin staat het samenwerken met de zee en het water centraal. De mens stelt zich bescheiden op en zoekt naar een integratie van nature based solutions. 
 


 

De toekomst in beeld gebracht

De volgende stap was het uitwerken van bouwstenen en het koppelen ervan aan de narratieven. Bouwstenen zijn fysieke maatregelen die, samen met andere bouwstenen, een uitwerking of (her)inrichting van een gebied weergeven. Voorbeelden zijn een brede, multifunctionele dijk, een kanaal, of een duinzone. Bouwstenen kunnen in verschillende toekomsten worden gebruikt en passen daarom soms bij meerdere narratieven. De deelnemers stelden zich de vragen welke bouwstenen bij de narratieven en het landschap passen, en voor welke ingrepen fundamentele keuzes nodig zijn en waar we die dan terugzien. 


 

In het protectionistische narratief

‘Poldertrots’ focussen we ons op behoud van het bestaande. De bouwstenen zijn hoogtechnologisch van aard. Innovatie is mogelijk, maar het doel is het beschermen van de functies en het landgebruik. Denk bijvoorbeeld aan de teelt van zoute aardappelen en de Wieringermeer als de graanschuur van Europa. Enkele concrete ingrepen zijn het versterken van de duinenrand met daarop een lustwarande voor recreatie, het plaatsen van een stormvloedkering in de waddenkust zodat we erachter minder aan waterveiligheid hoeven te doen, en de aanleg van grote waterbassins.

Bij het ecomodernistische narratief ‘Groot Den Helder’ geloven we sterk in maakbaarheid. Groei en globalisering zijn nodig om grote problemen op te lossen. We ontkoppelen de natuurlijke en de menselijke wereld. Een uitgegraven zoutbassin geeft ruimte aan grootschalige waddennatuur. Er komen meer kwelders. Concrete ingrepen zijn onder andere het verstedelijken van de kop met Den Helder door dorpen als Julianapolder en Anna Paulowna daar naartoe te verplaatsen, grootschalige energiewinning op de dijken rond Den Helder en het leggen van eilanden met recreatie voor de kust.


In het ecocentrische narratief ‘Waddenland’ werken we samen met de natuur. Ecosysteemdenken staat centraal. We bewegen mee met de zeespiegelstijging, accepteren verzilting en doen er ons voordeel mee. We vergroenen stedelijke gebieden. Voorbeelden van concrete ingrepen zijn een dubbele dijk langs het IJsselmeer met extensieve veeteelt en productie van bouwmaterialen in de natte gebieden tussen de dijken, een voedselbos, zilte landbouw en groenblauwe dooradering in de Wieringermeer, en kweldervorming met garnalenteelt op het wad.


 

Ontwikkelingen in de tijd gezet

We ontwikkelden transformatiepaden voor het gebied. We plaatsten de ruimtelijke en waterveiligheidsconsequenties van de narratieven in de tijd. We stelden ons de vraag hoe we aan de hand van de bouwstenen richting de verschillende toekomstbeelden kunnen bewegen. Waar zitten points of no return en op welk punt is het nog mogelijk met nieuwe inzichten een andere keuze te maken. In overzichtelijke schema’s brachten we de knikpunten van de bouwstenen in beeld, hoeveel tijd het kost om de bouwstenen te realiseren, in welke volgorde dat moet gebeuren en welke stappen voorafgaand en volgend op een ingreep zich afspelen.


 

Back From the Future

We eindigden met ‘backcasten’. We redeneerden vanaf de toekomstbeelden terug naar het heden. Wat zijn de consequenties van de verschillende transformatiepaden voor het huidige beleid? Hoe realistisch zijn de doorlooptijden en de realisatie van de bouwstenen? Zijn er eventuele overstapmogelijkheden en combinaties tussen de verschillende narratieven denkbaar? Zo konden we conclusies trekken over de toekomst van het gebied. Bijvoorbeeld dat door frequentere droogtes zoetwatergebrek in Noord-Holland veel eerder een probleem is dan waterveiligheid. En dat het protectionistische doel op dit punt dus onhaalbaar is. Verder plaatsten we kanttekeningen bij de methode en de resultaten. Het belangrijkste doel van het project was immers het ontwikkelen daarvan. Zo zou je narratieven meer kunnen verbinden aan de culturen/mentaliteiten in de deelgebieden. Wieringen en Wieringermeer bijvoorbeeld kennen twee verschillende culturen. Dat komt vanuit de geschiedenis en dat uit zich in de mate van openheid voor verandering. Tenslotte benoemden we No regret dingen die Noord-Holland nu al kan doen, los van welke kant het uiteindelijk opgaat in de toekomst.


 

terug naar projectoverzicht
Periode 2020-2025
Locatie Kop van Noord-Holland
Partners Wageningen Environmental Research, Royal HAS koning DHV, Sweco, Deltaris
Opdrachtgever Topkennis innovatieprojecten gesubsidieerd door de Nederlandse Overheid

Bekijk ook

Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikersbeleving. Lees onze cookieverklaring